Controle

Controlestandaarden (ISA 530) vereisen steekproeven waarvan de omvang groot genoeg is om het risico op ten onrechte goedkeuren aanvaardbaar laag te laten zijn en waarvan de selectie dusdanig is dat elk element van de te controleren massa een kans op controle heeft. Door de steekproef statistisch te onderbouwen is de omvang precies te bepalen uit de vereiste onnauwkeurigheid en de toegestane kans op ten onrechte goedkeuren. Dat professional judgment van pas komt bij het kiezen van deze parameters is vanzelfsprekend, maar dat ISA 530 het toelaat dat de wiskundige formule, die uit deze parameters de steekproefomvang bepaalt, wordt vervangen door een omvang die gebaseerd is op professional judgment vind ik een aanfluiting.

Vuistregel voor een “statistische” steekproef is dat de omvang vermenigvuldigd met de vereiste onnauwkeurigheid als percentage van de te controleren populatie 3 is. Dat getal 3 hangt samen met 5% risico op ten onrechte goedkeuren en 0 toegestane fouten  in de steekproef. Andere waarden (dan 3) zijn te vinden door de Excel formule GAMMAINV(betrouwbaarheid;1+aantal fouten;1). Natuurlijk geldt ook GAMMAINV(0,95;1+0;1) = 2,995732 maar om er precies 3 uit te krijgen (TIP!) hantere men GAMMAINV(1-exp(-3);1+0;1).

Bijgaand  sheet EU SMASH V8.1 November 2014 vergemakkelijkt de berekeningen en ondersteunt bij de discussie hoeveel werk er nu nodig is. Controlestandaarden vragen niet alleen om een extrapolatie van de bevindingen maar ook om een expliciete onderbouwing van de hoeveelheid werkzamheden. Niet goedkeuren op basis van een te kleine steekproef laat in het midden of die beslissing nu is veroorzaakt door te veel fouten of door te weining correcte uitkomsten. Was de populatie bij 0 fouten dan wel goedgekeurd?
Zo niet, dan is de steekproef te klein geweest om niet goed te keuren.

Aan de andere kant kan een te grote steekproef de verantwoordlijkheid voor de juistheid van de populatie wel eens te veel bij de controleur leggen. Waarom zou de controleur het risico op ten onrechte niet goedkeuren in toom houden als de gecontroleerde moet zorgen voor foutloze gegevens? De materialiteit is immers geen norm voor hoe veel fouten de populatie mag hebben maar voor de intensiteit waarmee de controleur moet onderzoeken of de populatie aanvaardbaar is.